De naam 'Pinksteren' komt van het Griekse pentèkostè (πεντηκοστη), dat 'vijftigste' betekent. Het is de laatste dag van de vijftigdaagse Paastijd, die aanvangt op Paaszondag.
De Paastijd is de periode van vijftig dagen die volgt op Pasen. Deze vijftigdaagse periode volgt de veertigdagentijd op. De Paastijd begint op Paaszondag en eindigt op het Hoogfeest van Pinksteren. De veertigste dag in de Paastijd is Hemelvaart. In de liturgie van de Paastijd staat de vreugde om de verrijzenis van Christus centraal. Gedurende de Paastijd wordt in de eucharistie gelezen uit de Handelingen der Apostelen, dat vertelt over het ontstaan van de jonge Kerk, de gemeenschap van mensen die in de verrijzenis van Christus geloofden. Ook wordt gelezen uit het Johannes-evangelie, waarin Christus spreekt over Zichzelf als bron van het nieuwe leven.
In het orthodoxe christendom geldt het dogma van de Drie-eenheid. Er is één God die bestaat uit drie Personen: Vader, Zoon en Heilige Geest. God de Geest is in deze Drie-eenheid de liefdesband tussen God de Vader en God de Zoon, zo leert de Kerk. 'Geest' grijpt terug op een ervaring die zich moeilijk laat vertalen in woorden. De Bijbelse beelden die daarbij passen zijn dan ook zeer divers: wind, adem, het klapwieken van vleugels, vuur, kracht, vervoering en schittering. In de heilsgeschiedenis sprak de Geest door de profeten, verwekte Hij Jezus bij Maria, liet Hij Jezus uit de doden opstaan, genereerde Hij de Kerk, inspireerde Hij de martelaren en is Hij de Helper van de gemeenschap der gelovigen tot aan het eind der tijden.
